Het kabinet Rutte I wordt geformeerd en collega Kroes is boos over het lage aantal vrouwen. Hoe laag is dat eigenlijk? We voeren een statistische toets uit.
Allereerst even de bewindspersonen tellen. Van de 20 posten zijn er 18 gevuld, waarvan 1 onder voorbehoud. Daar zitten 3 vrouwen tussen, waarvan 1 onder voorbehoud.
Voordat we kunnen gaan rekenen, moeten we ook weten welk deel van de beschikbare politici vrouw is. Dit is minder dan 50%, wat in het voordeel van de verdediging van Rutte werkt. Om het nauwkeuriger te weten, ben ik zetels gaan tellen:
| VVD | CDA | Totaal | |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer | 13/31 | 10/21 | 23/52 |
| Eerste Kamer | 6/14 | 5/21 | 11/35 |
| Europees Parlement | 1/3 | 3/5 | 4/8 |
| Kabinet (excl. TK) | 0/0 | 1/5 | 1/5 |
| Europese Commissie | 1/1 | 0/0 | 1/1 |
| Totaal | 21/49 | 19/52 | 40/101 |
40 van de 101 is 39,6%. We nemen aan dat 39,6% van de kandidaat-bewindspersonen vrouw is. Wellicht een discutabele aanname, maar bij benadering lijkt het me redelijk.
Neem v het aandeel van vrouwen. Hiermee definiëren we de nulhypothese en de alternatieve hypothese:
Om de berekening te vereenvoudigen, doen we nog een aanname: we beschouwen de formatie als trekking met terugleggen. Dit wil zeggen dat de man-vrouwverhouding van de kandidaten hetzelfde blijft terwijl de bewindspersonen worden gekozen. Die is correct mits voor elke post een andere groep kandidaten beschikbaar is en binnen elke groep de man-vrouwverhouding hetzelfde is. Opnieuw wellicht discutabel, maar voor deze benadering waarschijnlijk goed genoeg.
Nu kan de overschrijdingskans of p-waarde berekend worden, oftewel de kans dat van 18 bewindspersonen er hoogstens 3 vrouw zijn. De formule hiervoor is in dit geval:

De uitkomst is ongeveer 0,035.
Dit betekent dat als H0 waar is, dat er een kans van 3,5% is op een man-vrouwverdeling van deze scheefheid of erger. Anders gezegd: eens in de 28 geëmancipeerde kabinetsformaties van VVD en CDA met 18 posten, zullen mannen zo’n grote of een nog grotere meerderheid hebben. Dat kan een reden zijn om aan de nulhypothese te twijfelen. In elk geval is de verhouding ook statistisch gezien opmerkelijk.
(Tot slot nog wel een kleine waarschuwing: statistiek zegt niets over causaliteit.)